EHBO ervaringen met Elma deel 1

EHBO-er in Pietendorp
Sinds een kleine 15 jaar ben ik instructeur bij 2 EHBO-verenigingen. Ook ben ik regelmatig als Medical Steward aan het werk in de Johan Cruijff Arena. Voor HarslagNu.nl, en in opdracht van de gemeente Drechterland & Stede Broec, verzorgen we ook reanimatie trainingen, soms op locatie bij de sportverenigingen. Vaak maak je als EHBO-er bij een evenement leuke en minder leuke dingen mee. Als ik eerlijk ben vind ik een evenement waar je iets mee maakt wel zo interessant. Over dat soort evenementen ga ik proberen af en toe te schrijven.

Vorige week vrijdag was ik EHBO-er in het Pietendorp in het Buitenmuseum in Enkhuizen. Dat betekent: vroeg je auto in, want voor het feest losbarst moet je startklaar op je positie zijn. We meldden ons aan bij de beveiliging bij de ingang en kregen een ontruimingsplan mee. In verband met de anti-zwartepiet protestacties is dit belangrijker dan andere jaren. Met een prettig lunchpakket nestelden we ons in een huisje van het museum. We inspecteren de materialen in de ruimte waar de EHBO van het museum altijd zijn werk doet. Het is prima voor elkaar. We hebben ook materialen van de vereniging Stedebroec mee, want in je eigen verbandspullen weet je het beste de weg. Klokslag 9 uur stroomt een vloedgolf van Pieten en Sinten van maximaal 1.40 meter het terrein op. Al snel staat er een dikke rij voor het aaien van Amerigo, die relaxt zijn hooi staat te vermalen in een stal van het museum. Zo lang er niets aan de hand is, kunnen we onszelf verwennen met een bak koffie. We kijken door ons raampje met antieke gordijntjes over een grachtje. Zelfs het zonnetje breekt door: tijd voor een rondje. In onze kanariegele jassen met blauw EHBO-logo vallen we niet eens zo op tussen paarse baretten en kinderen met gele, oranje en groene hesjes. Het paard aaien is geen optie. Als EHBO-er kun je niet in een rij gaan staan, maar moet je snel kunnen vertrekken als er een oproep komt over de portofoon. Wel kunnen we kijken bij het pleintje waar de Pietendisco is. Een stuk of 25 lichtgrijze Pieten (nee, niet zwart, en ik heb er geen kind over gehoord) hadden in een mum van tijd een hele kluit klein grut aan het dansen. Het staat niet fraai als zo’n mens van 58 mee gaat dansen maar een beetje op en neer wippen vonden we wel beschaafd. Heel aanstekelijk. Na een heerlijke knuffel van de Knuffelpiet gingen we terug naar onze basis.
Daar kregen we bezoek van een juf en een schoolreis-moeder, die zich wat zorgen maakten over Mats. Mats is een jongen van een jaar of 8 met grote bruine ogen, die erg angstig keek en duidelijk pijn had. Hij was gevallen, en zijn arm deed pijn. Als eerste wil ik dan weten hoe lang het terug is dat hij gevallen is. Dit was een half uur eerder gebeurd. Een kind kan prima toneelspelen, maar een half uur is erg lang. Normaal gesproken gaan kinderen enorm te keer, maar op het moment dat er iets leuks gebeurt is het drama afgelopen en de pijn vergeten. Bij Mats gebeurde dat dus niet. Al een half uur liet hij zijn arm naar beneden hangen. We hebben hem op een stoel gezet en een praatje gehouden over wat hij allemaal al gezien had, en of hij al bij het paard geweest was, en of hij een paar pepernoten wilde. Afleidingsmanoeuvre. Het werkte niet. De arm lag heel stil op de rand van de stoel. Hij had een grote jas aan, en toen ik eerst zijn goed arm uit de jas gehaald had kon ik de andere gewoon laten zakken. Meteen ging de hand weer naar de rand van de stoel. Bij kinderen kijken we naar het gedrag. Vragen stellen is minder geschikt omdat het kind de antwoorden geeft waarvan hij denkt dat je die wilt horen. Het hele gedrag van Matt straalde uit dat de arm stuk was. Een breuk, vermoedelijk in de buurt van de elleboog. Hij ondersteunde de arm niet. Omdat Matt uit Almere kwam moesten we bedenken hoe hij het beste naar huis vervoerd kon worden. Misschien toch maar een mitella, ook al is die afgeschaft. De jas was te dik om de mouw aan de jas vast te spelden. Die mitella was geen goed idee, want bij de minste buiging had hij heel veel pijn. De juf vroeg of we niet even zijn trui uit moesten trekken om te kijken of er iets te zien was. Dit is zinloos. Als de jas niet stuk is, en de trui ook niet, dan is de wond ook nooit heel indrukwekkend, en een breuk kun je heel erg beschadigen bij het uittrekken van een trui.
We hebben Mats in zijn jas geholpen met een arm. De andere arm bleef onder zijn jas maar niet in de mouw. De juf heeft zijn moeder gebeld om klaar te staan als ze thuis kwamen, zodat hij naar de huisartsenpost gebracht kon worden. Jammer dat zo’n leuke dag zo akelig af liep voor Matt. Het Buitenmuseum belt altijd ’s avonds na een verwonding nog even naar de bezoeker om te horen hoe het gaat, en om ze vrijkaartjes aan te bieden. Zo kunnen ze volgende zomer nog eens van dit prachtige dorp genieten, en dan hopelijk met een betere afloop.